dg texel > activiteiten > rembrandtkring

Rembrandtkring

 
 

door Hans Marseille

In drie keer hebben we de gedichten van Simon Vestdijk met de  schilderijen van  Rembrandt vergeleken. “Was dat niet wat te snel ? En te oppervlakkig?” Gestoken  door deze vragen van de deelnemers zocht ik naar een mogelijkheid ze nog eens van een andere kant te bekijken. Tot mijn geluk hebben ook  andere dichters de schilderijen van Rembrandt gezien.
Zoals bekend heeft Rembrandt veel zelfportretten geschilderd. Die zelfportretten zijn heel verschillend uitgevallen, al was het alleen maar door het verschil in leeftijd waarop hij zichzelf portretteerde.  Vestdijks gedicht ‘Zelfportret’ gaat over de ouderdom. 
Freddy de Vree dichtte een zelfportret in Rembrandts stervensjaar 1669. Beat Brechbühl dichtte een ‘Groot Zelfportret’. Het zelfportret van Rutger Kopland hebben we al gelezen. Tenslotte heeft Eva Gerlach een zelfportret op jeugdige leeftijd geschreven.
Eén van de langste gedichten van Simon Vestdijk gaat over de Nachtwacht. In 1885, bij de opening van het nieuwe Rijksmuseum 
schreef Alberdingk Thijm een tableau-vivant waarin de Nachtwacht tot leven komt. En in het gedicht ‘Paf’ van Erik Jan Harmens krijgt één van de geschilderde schutters het woord. Het is musketier Jan Claesens Leijdeckers die zijn geweer vult met kruit. Volgens hem zijn ze zomaar op het schilderij neergekwakt.
Over 
Saul en David heeft Rainer Maria Rilke het gedicht ‘David zingt voor Saul’ geschreven. De dichter Stefan George geeft ze beiden het woord en noemde zijn gedicht over Saul en David: ‘Koning en Harpist’.
En dan zijn er nog de schilderijen van Titus, Rembrandts kind van Saskia dat wél bleef leven.  Het gedicht van Vestdijk heet: ‘Lezende Titus’. Exact die titel gaaf ook Jan Engelman zijn gedicht mee. Victor Schiferli noemt zijn gedicht: ‘Een vader ziet zijn zoon’. 
Bertus Aafjes zag Titus in Parijs en maakte ervan: ‘Portret van Titus in het Louvre’.
Eén en dezelfde titel voor een gedicht komt vaker voor. Eddy Evenhuis en Anna Enquist schreven beiden ‘Rembrandt en Saskia’. Dit gebeurde ook met het Joodse Bruidje. Het ene bruidje is van Vestdijk, het ander e bruidje is van Aafjes. Maar het kan nog sterker; er zijn zelfs twee gedichten over het rood van het joodse bruidje. Pierre Kemp dichtte: ‘Het rood van het Joodse bruidje’, Anneke Brassinga las het en dichtte vervolgens: ‘Ik heb het rood van ’t Joodse bruidje lief’.
In zijn Acrostichon spreekt Vestdijk over een lauwerkrans en een 
standbeeld voor de schilder. Jacobus van Looy heeft ooit een gedicht geschreven met de titel: ‘Voor Rembrandts standbeeld’
En tenslotte heeft onze eigen Jan Wolkers als lauwerkrans vier regels aan Rembrandt gewijd.


 
 

 

  Meer informatie     ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Texel
 
  contact maandblad sitemap
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2018 Doopsgezind.nl